Ik lig heerlijk te slapen in mijn bed. ik ben wat vroeger naar bed gegaan, want ik voel dat zowel lichaam als geest moeten bijtanken. Ik neem voor de vorm mijn e-reader mee, maar al heel snel zet ik hem uit en verdwijn naar dromenland. Ik word altijd wel 1 of 2 keer wakker in de nacht, maar daarna slaap ik weer snel verder.
Tot deze keer…. eerst denk ik dat ik het me verbeeld, maar als het geluid harder wordt, weet ik het zeker: een mug! Een mug in mijn slaapkamer. De hele zomer slaap ik al met mijn kamerdeur open en dat gaat prima. Geen mug of ander insect die mijn domein betreedt. Vrienden die laatst op bezoek waren, vroegen: ‘heb je veel last van muggen, met die sloot zo aan je tuin?’ En ik zei nog lachend, ‘ik heb ze nog niet gezien.’
Ja, dat heb ik geweten. Eén klein zoemertje die van plan is om eens lekker mijn bloed te komen stelen, zoemt irritant om mijn hoofd. Dus het licht maar aangedaan. Zaklamp op mijn telefoon aan en dan langs de muren schijnen in de hoop het kleine ettertje te pakken te krijgen. Tevergeefs, ik zie hem niet. Of eigenlijk, ik zie haar niet. Het zijn de vrouwtjes die het bloed nodig hebben voor het voortbrengen van het nageslacht. Nou, daar wens ik niet aan mee te werken. Maar na een half uur in de rondte kijken, geef ik het onvrijwillig op en sukkel in slaap.
Vanochtend werd ik wakker met een muggenbult, precies in het midden tussen mijn wenkbrauwen. Geen gezicht! Deze nacht heeft ze gewonnen, maar vanavond is ze voor mij!


Vanochtend pleegde ik een moord. In koelen bloede. Een bloedvlek markeert de plaats delict tot ik de sporen met slechts een beetje koud water onzichtbaar maak. Welke bloedgroep zou er in het water opgelost zijn? De mijne misschien? Een kriebelende plek op mijn hand laat het vermoeden rijzen dat dát heel goed mogelijk is.